Bezinning van deze maand

Geloof: ideologie of God aanbidden?

In een Audiëntie op 9 oktober 2019 spreekt Paus Franciscus over geloof; is dat God aanbidden of dogmatische formules? In dat verband spreekt Paus Franciscus over Saulus die door zijn persoonlijke bekering tot de apostel Paulus wordt. De Paus waarschuwt tegen ideologieën die vijandig maken tegenover degene die anders is dan ik.

Paus Franciscus:

De jonge Saulus wordt beschreven als een onverzettelijk iemand, dat wil zeggen iemand die onverdraagzaamheid aan de dag legt tegenover degenen die anders denken dan hij, hij “verabsoluteert” zijn politieke en religieuze identiteit en herleidt de ander tot een potentiële vijand die moet bestreden worden. Een ideoloog. In Saulus werd de godsdienst omgevormd tot ideologie: religieuze ideologie, sociale ideologie, politieke ideologie. Het is pas nadat hij door Christus omgevormd wordt, dat hij zal onderrichten dat de ware strijd niet “tegen tegen vlees en bloed” is, “maar tegen … de wereldbeheersers van deze duisternis” (Ef 6,12). Hij zal onderrichten, dat niet tegen personen moet gestreden worden, maar tegen het kwaad dat hun daden inspireert.

De toestand van ziedende woede – want zo was Saulus – en conflict, nodigt iedereen uit zich de vraag te stellen: hoe beleef ik mijn geloofsleven? Ga ik anderen tegemoet of ben ik tegen de anderen? Behoor ik tot de universele Kerk (goeden en slechten, iedereen) of heb ik een selectieve ideologie? Aanbid ik God of dogmatische formules? Hoe staat het met mijn godsdienstig leven? Maakt het geloof in God dat ik belijd, mij vriendschappelijk of vijandig voor degene die anders is dan ik?

De verrezen Heer verschijnt aan Saulus en vraagt hem rekenschap over zijn verwoede broedermoord: “Saul, Saul, waarom vervolgt ge Mij?” (9,4). Hier toont de verrezen Heer dat Hij één is met degenen die in Hem geloven: een lidmaat van de Kerk treffen, is Christus zelf treffen! Ook ideologen die zogezegde ‘zuiverheid” in de Kerk willen, treffen Christus.

De stem van Jezus zegt tot Saulus: “sta op en ga de stad in: daar zal iemand u zeggen wat ge doen moet” (9,6). Maar eens rechtop staand, ziet Saulus niets meer, hij is blind geworden, en de sterke, invloedrijke en onafhankelijke man die hij was, is plots zwak, beroofd en van anderen afhankelijk, omdat hij niet meer ziet. Het licht van Christus heeft hem verblind en blind gemaakt: “Zo blijkt naar buiten wat zijn innerlijke realiteit was, zijn verblinding tegenover de waarheid, het licht dat Christus is” (Benedictus XVI, algemene Audiëntie 3 september 2008).

Paulus ontvangt het doopsel. Het doopsel tekent aldus voor Saulus, zoals voor ieder van ons, het begin van een nieuw leven en gaat gepaard met een nieuwe blik op God, op zichzelf en de anderen die vroeger vijanden waren en voortaan broeders zijn in Christus.

Vragen wij de Vader dat Hij ook ons, zoals aan Saulus, de impact laat ervaren van Zijn liefde die als enige van een stenen hart een hart van vlees kan maken (cf Ef 11,15), in staat om in zichzelf “de gezindheid” te verkrijgen “welke ook Christus Jezus bezielde” (Fil 2,5).

Vertaling: Maranatha-gemeenschap

Wim Pot ofm