Bezinning van deze maand

Heer, wat wilt u dat ik doe?

Zomer, de tijd dat veel mensen op reis gaan. Naar een bestemming dichtbij of verder weg. Overzichtelijk, op zeker spelend, naar dezelfde bestemming als ieder jaar. Of juist avontuurlijker, naar een nog niet eerder bezochte bestemming. Ze zien wel wat ze daar tegen komen. Zien wel wat er op hun weg, hun pad komt. En als er dan dingen zijn die tegenvallen, dan is het de kunst om toch iets van die reis te maken, ook dan tóch de positieve ervaringen zwaarder te laten wegen dan de negatieve.

Is het in het dagelijks leven niet net zo? Want ook daar heb je mensen die er de voorkeur aan geven op zeker te spelen en proberen ‘veilige’ beslissingen te nemen, te kiezen voor dingen die ze denken te kunnen overzien. Terwijl anderen het juist aandurven om onbekende wegen te verkennen, misschien zelfs wel hun leven een totaal andere wending geven door een radicale stap te zetten. En bij het zetten van zo’n radicale stap weet je dat er consequenties aan die stap kunnen zitten, die minder rooskleurig uitpakken. En als dat dan gebeurt is het, net als bij die avontuurlijke reis, de kunst om er op een goede manier mee om te gaan. Laat je het avontuur mislukken door wat je meemaakt of weet je het positief te benaderen en blijven de goede ervaringen de boventoon voeren?

Maar in feite kunnen we toch geen van allen ons leven plannen? Gaan we er niet veel te veel van uit dat de dingen zullen lopen zoals wij denken ze goed geregeld te hebben? Weet iemand zeker dat hij/zij morgenochtend weer wakker wordt en de nieuwe dag kan begroeten? Denk ook maar eens aan de parabel die Jezus vertelt over de rijke man met zijn grote oogst. Hij bouwt grotere schuren en wil dan een beetje van het ‘goede leven’ gaan genieten. En God noemt hem een dwaas omdat hij alleen schatten voor zichzelf vergaart en niet bij God (Lucas 12,16-21).

Moeten we ons niet meer laten leiden door het voorbeeld van onze broeder Franciscus? Hij liet immers alle zekerheden in zijn leven radicaal achter zich, omdat hij meende dat God iets anders met hem voorhad. Hij was bereid zonder aarzeling datgene te doen wat God van hem wilde: ‘Heer wat wilt u dat ik doe?’

 

Michel Versteegh ofs