OFS Nederland in het Ariëns-Comité

Sinds 2015 is de OFS vertegenwoordigd in het Ariëns-Comité, dat in 1935 is opgericht. Het doel van dit Comité is “de godsdienstige en maatschappelijke vorming van het katholieke volksdeel op een eigentijdse wijze te bevorderen door belangstelling te wekken voor het leven en de werken van wijlen de priester Alphons Ariëns, als een bij uitstek voor onze tijd in godsdienstig en sociaal opzicht leidinggevende figuur”. Doordat Ariëns lid was van de Derde Orde van Franciscus is de OFS bij het comité betrokken geraakt.

 


Ariënslezing in Haaksbergen

Op 27 september 2016 wordt in Haaksbergen door Wim Nijhof een lezing gehouden over de tijd waarin Ariëns leefde en de rol die hij daarin had onder het thema: Ariëns en de sociale strijd in Twente. Zie de uitnodiging voor meer gegevens.


Boekje over Ariëns

Door Markus de Bruin ofm is in 1940 een boekje over Alphons Ariëns geschreven onder de titel: Ariëns, de zelfvergeten priester.

 


 

Wie was Alphons Ariëns?

Alphonse Marie Auguste Joseph Ariëns (roepnaam: Alfons of Fons) leefde van 1860 tot 1928, was een Nederlandse priester die een grote rol speelde in de rooms-katholieke arbeidersbeweging in Nederland en voor de ontwikkeling van een katholieke sociale leer.

Ariëns werd op 26 april 1860 geboren in Utrecht, als zoon van de advo-caat Adriaan Willem Karel Ariëns en de huisvrouw Lisette Christine Antonia Povel. Toen hij tien jaar oud was werd hij naar het kleinseminarie en internaat Rolduc gestuurd, waar hij tot 1878 werd opgeleid. Hij studeerde theologie aan het groot-seminarie Rijsenburg en werd op 15 augustus 1882 tot priester gewijd. Vervolgens vertrok hij naar Rome, waar hij dogmatiek studeerde en in 1885 promoveerde tot doctor in de theologie. Vervolgens reisde hij een jaar door Italië om de arbeidsomstandigheden aldaar te bestuderen. Tijdens die reis is hij in Assisi lid geworden van de Derde Orde van Franciscus.

Periode Enschede

In 1886 keerde hij terug naar Nederland. Hij werd benoemd tot kapelaan in Enschede en spoorde daar in 1889 enkele katholieke wevers aan om een katholieke arbeidersvereniging op te richten. In 1891 gaf hij de aan-zet tot de oprichting van de Rooms Katholieke Twentsche Fabrieksarbei-dersbond, die hij in 1895 liet opgaan in de katoenbewerkersbond Unitas. Ook richtte hij het Kruisverbond tegen alcoholisme op. Met enkele andere verenigingen ging het Kruisverbond in 1899 op in de federatie Sobriëtas, onder leiding van jhr. mr. Charles Ruijs de Beerenbrouck.

Voor ontslagen arbeiders richtte Ariëns in 1895 te Haaksbergen een co-operatieve textielfabriek op, De Eendracht. In de periode hierna raakte Ariëns in conflict met de RKSP-politicus en eveneens priester Mgr. Dr. Herman Schaepman. In 1894 richtte hij de Koninklijke Leo Harmonie op. De naam verwees naar paus Leo XIII. Diens encycliek Rerum Novarum beschouwde Ariëns als een bevestiging van zijn sociale werk voor de nood van de arbeidersklasse. Toen De Eendracht in financiële moeilijkheden raakte ging Ariëns als vertegenwoordiger van zijn coöperatie werken en ten slotte verkocht hij zijn miskelk ten bate van de fabriek, maar dit mocht allemaal niet baten en het bedrijf moest worden opgeheven.

Periode Steenderen

Op 20 mei 1901 werd Ariëns benoemd tot pastoor in Steenderen. Na zelfmoord van een parochiaan als gevolg van ernstig drankmisbruik gaf hij aan dat het goed zou zijn een r.k. vereniging tegen drankmisbruik op te richten. Hij vond dat de boerenknechten een hoger loon moesten ontvangen en ook moesten ze hetzelfde eten als de boeren, vond hij. In 1903 was het mede aan zijn inspanningen te danken dat de gemeentearbeiders van Steenderen loonsverhoging kregen en meer vrije dagen.

Na de spoorwegstaking van 1903 werd Ariëns lid van de staatscommissie die toen werd ingesteld en in 1908 bemiddelde hij in een conflict tussen wevers in Goirle en de familie Van Puijenbroek.

Periode Maarssen

In 1908 werd Ariëns benoemd tot pastoor in Maarssen. Met de Utrechtse aartsbisschop Henricus van de Wetering kon hij niet goed overweg. Deze bisschop moest weinig hebben van de sociale beweging en vond Ariëns' sociale activisme overdreven. Later prees hij het werk van Ariëns openlijk en zag ook Van de Wetering de noodzaak van activisme ten behoeve van de sociale recht-vaardigheid in.

In 1919 werd pastoor Ariëns benoemd tot Geheim Kamerheer van Paus Benedictus XV en werd zodoende bevoegd de titel 'Monseigneur' te dragen. Bij deze gelegenheid kocht de parochie van Maarssen zijn miskelk terug om deze aan Ariëns ten geschenke te geven. De miskelk bevindt zich tegenwoordig in de Maarssense Heilig Hartkerk. Deze kelk gebruikte Ariëns dagelijks om de mis op te dragen.

Emeritaat en overlijden

In 1928 trok Ariëns zich wegens zijn slechte gezondheid terug in een klooster bij Amersfoort, waar hij op 7 augustus op 68-jarige leeftijd over-leed. Alfons Ariëns is op kerkhof Beeresteijn te Maarssen begraven.

Ter nagedachtenis

In 1954 werd in Enschede de Ariënsgedachteniskerk gebouwd. Bij het vijftigjarig bestaan in 2004 werd een van de twee biechtstoelen omgebouwd tot een kleine expositieruimte. Hier vlakbij staat de R.K. Alfonsusschool. In de Jacobuskerk bevindt zich nabij de ingang de "Maria-Ariënskapel" waarmee Ariëns herdacht wordt. Scouting vereniging Mgr. Ariens is naar hem genoemd, evenals de Dr. Ariënsschool in Enschede en de Basisschool Dr. Ariëns in Haaksbergen. In Enschede is, op het naar Ariëns vernoemde plein, ook een Ariënsmonument (vervaardigd door de beeldhouwer August Falise). In 1979 werd in Utrecht het Ariënsconvict (nu Ariënsinstituut) opgericht, de priesteropleiding voor het aartsbisdom Utrecht en het bisdom Groningen. Sinds 2001 wordt jaarlijks in mei de Ariënslezing gehouden. Elke drie jaar wordt de Ariënsprijs uitgereikt, een geldprijs van tweeduizend euro voor een diaconaal project. Na een eerdere poging in de jaren 50 is met het proces dat moet leiden tot de zaligverklaring van Ariëns op 25 januari 2005 een nieuw begin gemaakt. In veel plaatsen zijn straten naar hem vernoemd.